Werking pelletkachel



Bovenin de kachel bevindt zich de pelletvoorraad, die door de klep te openen kan gevuld worden.  Bij een inbouwkachel wordt de kachel naar voor geschoven om bij te vullen of gebeurd dit met een vullade.
Uit de pelletvoorraad brengt een toevoerschroef de pellets naar de brander.

                                                

Een rookgasventilator zorgt voor een correcte verbranding van de pellets, de schouw zorgt voor de evacuatie van de rookgassen.  Een tweede ventilator zorgt voor de verspreiding van de warme lucht in de kamer, het afblazen door de ventilator is gerelateerd aan de opgewekte warmte.
De pelletkachels met kanalisatie kunnen de warme lucht ook naar andere ruimtes verspreiden.

Het ontsteken gebeurd automatisch via een onstekingspatroon door het aanschakelen van de kachel.  Via een display of afstandsbediening kan de gewenste temperatuur ingesteld worden, de pelletkachel zorgt ervoor dat de ingestelde temperatuur behaald wordt en behouden blijft.  Met een zakje van 15 Kg kan afhankelijk van de buitentemperaturr, isolatie en gewenste warmte een tot 4 dagen gestookt worden.




Een pelletkachel is niet afhankelijk van trek.  De rookgassen worden via een rookgas-ventilator door een afvoerpijp naar buiten geblazen.  Hierdoor kan de diameter van het rookkanaal smal blijven (80 mm) en hoeft de afvoerpijp niet tot boven het huis zoals bij traditionele houtkachels.  Pelletkachels hebben door hun ideale en zeer schone verbranding geen stank rondom het huis, vandaar dat het afvoerkanaal korter mag zijn.  Meestal is een kanaal van 2 meter voldoende om perfect te kunnen functioneren.